Hindoeïsme

Hindoeïsme

Hindoeïsme dankt zijn naam aan de Perzische uitspraak van het volk dat aan de rivier Sindu van de Indusvallei woonde zo'n 3000 tot 4000 jaar geleden. De benaming is afgeleid van het Perzisch woord hindoe, dat "rivier" betekent. Sindu is Hindoe geworden doordat de letter S klank van het Perzische alfabet van toentertijd werd gearticuleerd naar H.
De oude Grieken noemden de Indus valei, omgeving van Sindu, Indos. Later na de verovering door Alexander de Grote werd het land aan het oosten van de Indusvallei door de Macedonïers India genoemd en de bevolking Indiërs. Door de historici van Griekse komaf die over Alexander de Grote schreven, werd de Arabische uitspraak gehanteerd wat Al-Hind was voor het volk aan de Sindu. Tijdens de Mogoeloverheersing werd het gebied Hindoestan en de bevolking Hindoe genoemd. In de Sanskrietliteratuur zijn er geen verwijzingen die het woord Hindoe verklaren, wel Sindu. Hindi en Sanskrit: सिन्धु ; Perzisch: حندو.
Vanaf de 19e eeuw is Hindoeïsme de verzamelnaam die wordt gegeven aan alle godsdiensten van Indiase oorsprong die verhalen over de Sanatandharma, de Vedas en andere historische sanskriet geloofsgeschriften

Hindoeïsme in de wereld


Van de 1 miljard tellende bevolking van India wordt ruim 80% gerekend tot hindoe. In de rest van de wereld leven nog bijna 50 miljoen hindoes. Al vertonen hun religieuze handelingen grote overeenkomsten, toch is geen enkele omschrijving van het begrip 'hindoeïsme' voor alle hindoes van toepassing. Zo verschilt de plattelandsgodsdienst grondig van de meer filosofisch onderbouwde godsdienstbeoefening. Het hindoeïsme is de oudste nog levende religieuze "godsdienst" ter wereld; er zijn verscheidene heilige geschriften, die niet nauwkeurig gedateerd kunnen worden, wanneer die op schrift zijn gezet en waar al van meerdere geen auteur van bekend is. Er is geen sprake van een enkele hoofdstichter, zoals een profeet. Door de tijd heen zijn Arische en Dravidische elementen versmolten. Het Jaïnisme en het Boeddhisme worden door hindoes wel beschouwd als stromingen van het hindoeïsme. Boeddha heeft zelfs de status van negende incarnatie van Vishnu verworven. Een bij hindoes bekende metafoor is die van het hindoeïsme als stam van een boom, waar alle andere godsdiensten als bladeren aan groeien. Dit verklaart zowel hun tolerantie ten aanzien van andersdenkenden als hun vaak heftige afwijzing van proselitisme.
Volgens de Arische invasietheorie vielen mensen uit Centraal-Azië, Ariërs genoemd, vanaf circa 1500 v.Chr. Noordwest-India binnen. Zij brachten hun eigen vedische religie mee en hun religieuze praktijken vermengden zich met die van de mensen uit de Indusvallei. Zo zouden de Veda's voor veel hindoes de meest gezaghebbende geschriften, ten dele door hen geschreven zijn buiten India. De theorie wordt sinds enige tijd betwist en er bestaan tegenwoordig ook andere theorieën over het ontstaan en de oorsprong van de religies van India. Hoe dan ook, de godsdiensten van het hindoeïsme gaan zonder twijfel het verst terug in de tijd van alle religies met een heilig schrift.
Buiten India bevinden zich grote hindoegemeenschappen in Nepal (22 mln), Bangladesh (16 mln), Sri Lanka (3 mln) en Bali (3 mln). Kleinere hindoegemeenschappen komen voor in Groot-Brittannië (1 mln), Noord-Amerika (1 mln), het Midden-Oosten (725.000), Mauritius (600.000), (Zuid-)Afrika (500.000), Rusland (500.000), Fiji (300.000), Nederland (100.000), Zuidoost-Azië en het Caraïbisch gebied. Nadat Nepal in 2006 tot seculiere staat werd uitgeroepen, heeft geen enkel land ter wereld meer het hindoeïsme als staatsgodsdienst.

 

God/goden en filosofie


Binnen het hindoeïsme bestaan veel verschillende stromingen. Er zijn hindoes die monotheïstisch zijn, hindoes die polytheïstisch zijn en hindoes die monistisch zijn. De monotheïsten zien elke 'god' als facet van de ene God. De monisten geloven dat God en de ziel één zijn.
Er zijn diverse filosofieën te vinden binnen het hindoeïsme. Zo vallen te onderscheiden:
• Aprapattivada: afwijzing van filosofische speculatie door Heer Shiva. Geen ondersteuning van viprapattivada, noch van prapattivada.
• Samkhya : oudste filosofie van Maharshi Kapila vlak voor de komst van Krishna; God is Janya Ishvara, maar Prakrti (Uitvoerend Principe) bestuurt de schepping; Purusha (Bewustzijn) is slechts de katalysator (passief); de vele individuele purusha's zijn geen reflectie van de Kosmische Purusha (dualisme).
• Prapattivada: onuitgesproken, maar gesteund door de acties en het gedrag van Heer Krishna en te vinden in de veel latere Bhagavata Shastra; prapatti betekent volledige overgave aan de Kosmische wil, zoals gevonden in het Vaishnavisme.
• Viprapattivada: tegenovergestelde these van prapattivada.
• Vishuddha Advaetavada (non-dualisme) of Uttara Miimamsa Darshana: van Vadarayana Vyasa (lang na Krishna) en later verder ontwikkeld door Shankaracharya met zijn Mayavada (90%): alleen Brahma is werkelijkheid; de schepping (jagat) is vals of illusionair; alle jiiva's (microcosmossen) zijn Brahma; het lijkt of dingen gebeuren, maar in werkelijkheid is dit alles (het spel van) Maya. De Shunyavada (de ultieme werkelijkheid is leegte) van het boeddhisme lijkt hier wel wat op.
• Vishishtadvaetavada: de wereld is niet gelijk aan Maya en Parama Purusha is het centrum van het universum. Mahavishnuvada: Godheid Mahavishnu zit in het centrum van en bestuurt de Kosmos; de jiivas zijn Zijn "vonk-uitdrukkingen", als vonken komen zij uit Hem voort, maar de vonken keren niet terug naar hun oorsprong.
• Dvaetavada (dualisme): er zijn jiiva's (microkosmossen) en er is een Hoogste Controlerende Kern (Macrokosmos); jiiva's kunnen alleen door devotie richting Macrokosmos gaan (niet door daden of kennis); hoe dichter bij die Kern, hoe meer de jiiva daar op gaat lijken (radha gaat op Krishna lijken); daden of kennis dienen slechts om de devotie groter te maken, maar de jiiva blijft altijd gescheiden van Parama Purusha (Krishna).
• Dvaetadvaetavada (dualistisch non-dualisme): door sadhana komt de aanvankelijk gescheiden jiiva zo dicht bij Parama Purusha dat hij er in opgaat als suiker in water; de wereld is een relatieve werkelijkheid die niet ontkend kan worden; onduidelijk blijft waar de jiiva's vandaan komen.
• Advaetadvaetadvaetavada (non-dualistisch dualistisch non-dualisme): zelfde als Dvaetadvaetavada maar de jiiva's (individuen) komen nu ook voort uit Parama Purusha (Kosmisch Bewustzijn).

Schepper God in het hindoeïsme


De meeste hindoes geloven in de absolute eenheid van een transcendente en immanente God, het oneindige Kosmische Bewustzijn (Parama Purusha), die de schepper is van het universum en waar alle wezens ten innigste mee verbonden zijn. De meeste hindoes geloven ook dat God op bepaalde momenten in de geschiedenis in een menselijke vorm (Ishvara) kan verschijnen. Een deel van de hindoes (vooral vaishnavieten en smartisten) gelooft zelfs dat God in een persoonlijk lichaam kan incarneren (avatarisme). Sommige van die (al of niet mythische) goddelijke persoonlijkheden werden in de loop der tijden geassocieerd met bepaalde deelaspecten van de ene ondeelbare God (Brahman) en werden verwerkt in de mythologieën en spirituele filosofieën van het hindoeïsme.
De meeste Hindoes vereren maar één God, zoals de shaivieten (Shiva) en de vaishnavieten (Vishnu), die geloven dat andere goden doordrongen zijn van die Ene God. De shaktisten geloven dat je via de verering van de Moedergod Devi tot het oneindige aspect van God (Shiva) kunt komen en de smartisten geloven dat diverse goden de verschillende aspecten van de Ene God vertegenwoordigen en dat derhalve iedere god afzonderlijk verering verdient. Ook de smartisten en shaktisten geloven echter dat er maar één absolute, Hoogste God is.
Enkele van de belangrijkste aspecten van God maken deel uit van de hindoeïstische Drie-eenheid: Brahma (God als Schepper), Vishnu (God als Onderhouder), Shiva (God als Transformerende Entiteit). De meeste Hindoes zijn in feite panentheïsten of monistische theïsten.

 

 

Lijst van goden


Een aantal van de bekendste goden zijn:
Brahma
Brahma vertegenwoordigt het genererende of scheppende aspect van G-O-D in de drie-eenheid Generator (Schepper)/Onderhouder/Destructor (Vernietiger). Het onderhoudende aspect van God wordt vertegenwoordigd door Vishnu en het vernietigende aspect door Maheshvara (Shiva). Hindoegoden en –godinnen worden vaak afgebeeld of gebeeldhouwd met verscheidene hoofden of armen om hun speciale kwaliteiten te laten zien. Zo wil een Brahma met vier gezichten tonen dat Brahma regeert over de vier windrichtingen. Brahma wordt ook afgebeeld met vier armen, waarin hij de heilige boeken, de rozenkrans en de veldfles water van een heilige man vasthoudt. Brahma is de schepper van het heelal en god van de wijsheid. Zijn vrouw Saraswati is de godin van de kunst, muziek en literatuur. Ze staat meestal afgebeeld met een boek en een vina, een soort muziekinstrument, in haar handen.

 

 

 

Vishnu

Vishnu is het onderhoudende (beschermende) aspect van God en doordringt alles in dit universum. Hij wordt verbeeld als rijdend op een adelaar, Garuda, met zijn vrouw Lakshmi, de godin van schoonheid en geluk. Vishnu wordt afgebeeld met vier armen, waarin hij een trompetschelp, een lotusbloem, een discus en een knuppel vasthoudt.
Avatara's: Volgens de hindoes die in avatara's (incarnaties van God) geloven, komt Vishnu tien keer op aarde, in tien vormen of avatara's, om de wereld te redden. Negen avatara's hebben al plaatsgevonden, de tiende moet nog komen:
1. Matsya, de vis die de eerste mens redde.
2. Kurma, de schildpad die hielp bij het mislukken van het maken van een onsterfelijkheidsdrank
3. Varaha, het everzwijn die de aarde uit het water redde.
4. Narasimha, de man-leeuw die Tiran doodde.
5. Vamana, de dwerg die een demon versloeg.
6. Parasurama, de reus en krijger die de machtswelslustige Kshatria`s versloeg.
7. Rama, de ideale man en koning die Ravanna en diens leger versloeg.
8. Krishna, de blauwe god oftewel de fluitspelende herdersjongen Krishna die Arjuna's wagenmenner en leidsman van de Pandava's was in oorlog tegen de Kaurava's.
9. Boeddha, Boeddha die zelf de weg naar verlossing vond.
10. Kalki, de ruiter op het witte paard, die nog moet komen om een betere en mooiere wereld te stichten

Shiva


Shiva vertegenwoordigt het transmuterende of vernietigende aspect van God. Alles in de schepping bestaat maar tijdelijk en zal vroeg of laat getransmuteerd of vernietigd worden. Shiva wordt vaak afgebeeld met acht armen, een drietand (trishul), een cobra (naga) en als rijdier een stier (Nandi). Op afbeeldingen en als beeld staat Shiva tevens dikwijls dansend afgebeeld. Deze zogenaamde tandava dans wordt wel gezien als de uitbeelding van de energie die door het universum stroomt en die dag en nacht, de seizoenen, geboorte en dood veroorzaakt. Als Shiva danst, vertrapt hij als het ware de dwerg van onwetendheid. Ook wordt hij gezien als 'Koning van yoga' (Yogeshwar) en wordt dan ook vaak in yogahouding afgebeeld. De verering vindt vaak plaats door een Shiva-'linga', een fallus-symbool. Zijn vrouw is Parvati.
In de tantra wordt Hij gezien als de eerste grote Goeroe in de geschiedenis van de mensheid. Hij leefde ongeveer 5000 jaar v.Chr.. De tandava-dans onderwees Hij als onderdeel van de spirituele oefeningen aan zijn volgelingen.

Krishna


Krishna wordt wel de God van de bhakti of devotie genoemd. Maar Hij is tevens de koning die aan de zijde van Arjuna de strijd aanvoerde in de Mahabharata oorlog. Ook Krishna wordt wel gezien als een grote historische Goeroe die geassocieerd wordt met Yoga. Zijn leringen rond dit thema in de dialogen met Arjuna vonden hun neerslag in de populaire Bhagavad gita (Lied van God), een onderdeel van het Mahabharata epos. Mahabharata betekent Groot India en de door Krishna geleide campagne was dan ook bedoeld om India te verenigen. Je ziet Krishna vaak uitgebeeld in Zijn jongere jaren met Zijn magische fluit (als de toegankelijke, zoete Vraja Krishna van Vrindavan zoals in de Srimad bhagavatam), maar ook wel als de taaie koning (minder toegankelijke) Parthasarathi Krishna op het slagveld in een strijdwagen aan de zijde van Arjuna (zoals in de Mahabharata). De echtgenote van Krishna in de Mahabharata heet Satyabhama (Mahalakshmii). In de Srimad bhagavatam wordt hij geassocieerd met Radha. Krishna is de achtste incarnatie van Vishnu.

Rama


Rama is de held van het prachtige heldenepos de Ramayana, dat het verhaal vertelt van zijn overwinning op de boosaardige koning Ravana. Rama wordt aanbeden als de ideale mens: dapper, knap, trouw en vriendelijk. Hij is een grote held, een goede echtgenoot en een rechtvaardige koning. De apengod Hanuman, die Rama helpt om Ravana te verslaan, wordt zelf ook als een god vereerd. Rama is de zevende incarnatie van Vishnu

 

 

Durga


Durga wordt gezien als één van de vormen van Devi (de Godin). Ze belichaamt het centrum van de kracht (Shakti), waarmee het universum is gecreëerd. Ze wordt vaak afgebeeld met veel armen met wapens en rijdend op een tijger. Hiermee zou zij vele demonen verslagen hebben.

 

Ganesha


Ganesha, de god met het "olifantenhoofd", neemt hindernissen weg en is de beschermheilige van reizigers. Hindoes bidden tot Ganesha voor ze aan iets nieuws beginnen, zoals een nieuwe baan of wanneer ze verhuizen. Ganesha wordt wel gezien als de zoon van Shiva en Parvati. Hij rijdt op een muis. Hij werd geboren uit Parvati, zonder dat Parvati dit had verteld aan Shiva, de vader van het kind. Shiva wilde toen Parvati's kamer betreden waarop Ganesha aan hem meldde dat dit niet mocht. Parvati had hem de opdracht gegeven dat niemand haar kamer mocht betreden. Er ontstond een discussie, die Shiva enerzijds boos maakte en anderzijds kon hij wel waarderen dat een kind zo trouw is aan zijn moeder. Nadat Shiva boos weg was gegaan had hij zijn trouwe volgelingen waaronder Nandi gestuurd om Ganesha te verwijderen. Zij kwamen echter terug van een pak slaag. Shiva ging er toen naar toe en ging toen in gevecht met Ganesha. Dit gedonder en weerklank tussen deze twee goden ging heer Brahma en Vishnu niet ongemerkt. Zij kwamen toen eraan en maande dat zij ophielde en elkaar vergaven. Dit ging echter niet waarop Shiva Ganesha onthoofdde, gedurende dit proces riep hij om zijn moeder Parvati. Shiva ging weer naar zijn plek om verder te mediteren. Mata Parvati kwam snel aangerend en zag haar zoon onthoofd. Ze werd hierdoor furieus en vroeg aan heer Brahma en Vishnu wie dit had gedaan. De negen devi's verschenen toen uit haar waaronder Kali. Zij kreeg de opdracht alles te vernietigen. Immers als haar zoon niet zou leven zou niets het overleven!
Brahma en Vishnu haastten zich naar heer Shiva en vroegen aan hem snel wat te doen. Hierop antwoordde hij dat dit alles het spel (lila) van Shri Maha Ganesha was. En dat Ganesha zelf niet overleden was, maar slechts onbewust. Hij vroeg Shri Vishnu naar het noorden te gaan en het hoofd van de eerste wezen die hij tegen zou komen terug te nemen. Shri Vishnu kwam als eerste een olifant tegen. Het rijdier van Indra die uit de hemel was vervloekt omdat hij boos was geworden om de belediging dat hij een 'wild dier' zou zijn.
De olifant vond het een eer om zo het hoofd te worden van Ganesha en Shri Vishnu onthoofdde hem met de Chakra waarop de olifant bevrijd werd van zijn vloek. Het hoofd ging naar Ganesha. Zodoende heeft Ganesha in de lila van Maha Ganesha zijn olifantenhoofd gekregen.
Een ander verhaal is dit:
Parvati ging baden en Shiva stond er op wacht, Parvati had hem opgedragen iedereen die langskwam te onthoofden. Even later kwam Ganesha langs. Shiva wist niet dat Ganesha de zoon van Parvati was, dus Shiva onthoofde hem. Zodra Parvati weer terugkwam was ze furieus, hoe durfde Shiva haar zoon te onthoofden? Doordat Shiva niet wilde dat Parvati boos op hem was, gaf hij Shri Vishnu de opdracht om naar het noorden te gaan en het hoofd van de eerste wezen die hij tegen zou komen terug te nemen. Shri Vishnu kwam als eerste een olifant tegen. Daardoor kreeg Ganesha een olifantenhoofd.

Bron: www.wikipedia.nl